Armenië

 

Armenië is een kleine republiek (ongeveer even groot als België) in Zuid-West Azië met als hoofdstad Jerevan. Armenië heeft geen kust aan de Zwarte of Kaspische Zee maar is bij geen van beiden meer dan 493 km. verwijderd. Het heeft een lange grens met Turkije in het Westen en een korte grens met Iran in het Zuiden. Georgië en Azerbaijan liggen respectievelijk in het Noorden en het Oosten. Armenië, Georgië en Azerbaijan worden vaak de ‘trans-kaukasische republieken’ genoemd, verwijzend naar het gebergte dat zich over hun grondgebied uitstrekt. Het heeft een typisch continentaal klimaat met hete zomers en koude winters. Het land bevindt zich op een hoogplateau met bergen en een beetje bossen.

Er leven 8 miljoen Armeniërs, de meeste (60%) leven echter buiten hun thuisland. Armeense gemeenschappen zijn vooral te vinden in Rusland, de Verenigde Staten, Georgië, Turkije, Frankrijk, Iran, Libanon, Syrië, Argentinië en Canada. Bekende personen van Armeense afkomst zijn bijvoorbeeld de Amerikaanse tennisser Andre Agassi, de Franse chansonnier Charles Aznavour en de Amerikaanse zangeres Cher.

Armenië duikt voor het eerst op in de geschiedenis rond 800 vc. Als onderdeel van het koninkrijk Urartu of Van. De eerste Armeense staat werd gesticht in 190 vc. . Op zijn hoogtepunt, van 95 tot 65 vc., overheerste Armenië de volledige Kaukasus en het gebied dat nu Oost-Turkije, Syrië en Libanon is. In dit territorium bevond zich ook de berg Ararat (nu Turks grondgebied) waar volgens de bijbel de ark van Noach zou gestrand zijn. Deze berg is ook nu nog een belangrijk symbool voor de Armeniërs. Het werd ingelijfd in het Romeinse rijk in 64 vc. . In 301 was Armenië de eerste natie om het Chistendom als staatsgodsdienst te aanvaarden. Deze Kerk bestaat nog steeds, onafhankelijk van zowel Rooms-Katholieke als Oosters-Orthodoxe Kerken. Armenië heeft tijdens zijn geschiedenis steeds op zijn Kerk gesteund om zijn unieke identiteit te bewaren en te verdedigen. Tussen de 4 de en 19 de eeuw werd Armenië veroverd en geregeerd door oa. Perzen, Byzanthijnen, Arabieren, Mongolen en Turken. Sommige overheersers waren vrij tolerant ten opzichte van de in Armenië levende christenen en joden, andere vervolgden de Armeense christenen meedogenloos. Vooral de Mongolen hanteerden een schrikbewind en veel Armeniërs weken uit naar Georgië, Oekraïne, Polen en zelfs West-Europa. Onder het bewind van de Ottomaanse Turken en de Perzen (van de vijftiende tot de achttiende eeuw) vervulden Armeniërs een belangrijke economische rol. In het Midden-Oosten ontwikkelde zich een uitgebreid netwerk van Armeense kooplui en bankiers dat onder andere contacten met het Westen had. Zo knoopten de Armeniërs banden aan met de VOC ( Verenigde Oost-Indische Compagnie) uit de Nederlanden en waren zij bemiddelaars in de handelscontacten tussen de Nederlanden en het Perzische en het Ottomaanse Rijk. Tussen 1918 en 1920 was het kort zelfstandig, tot eind 1920 de communisten aan de macht kwamen gevolgd door een invasie van het rode leger. Armenië verklaarde zich door een referendum onafhankelijk van de Sovjet-Unie op 21 September 1991.

Zoals vele vroegere Sovjet republieken heeft het land sterk geleden onder de te snelle overgang van de centrale planeconomie uit de Sovjettijd naar de vrijemarkt economie. Doordat Sovjet investeringen en ondersteuning plots vrijwel wegvielen, konden slechts weinig belangrijke bedrijven blijven functioneren. De Armeense economie steunde vooral op de industrie: Chemie, electronische producten, machines, verwerkte voeding, synthetische rubber en textiel. Landbouw had slechts een aandeel van 20% in de productie en 10 % in de werkgelegenheid. Armeense mijnen ontginnen koper, zink, goud en lood. Het grootste deel ven de energie wordt geproduceerd door ingevoerde brandstof zoals gas en nucleaire brandstof (bestemd voor zijn enige kerncentrale) uit Rusland. De belangrijkste eigen energiebron is hydroelectriciteit (waterkrachtcentrale). Opvallend is dat België de 2 de exportpartner is met 18,3 % na Israël met 21 % en eveneens de 2 de importpartner met 10,2 % na Rusland met 16,4 %. De verklaring hiervoor is de diamanthandel.

De effecten van de aardschok in 1988, welke aan meer dan 25 000 mensen het leven koste en 500 000 daklozen maakte, zijn nog steeds voelbaar. Een ander knelpunt zijn de conflicten rond Nagorno-Karabarkh, de Armeense enclave in Azerbijan, en Nachitsjevan, de Azeri enclave in Armenië die nog steeds niet opgelost is alhoewel er reeds een wapenstilstand is sinds 1994. Als gevolg van deze conflicten werden de grenzen met Turkije en Azerbijan gesloten. Dit had een verwoestend effect op de economie wegens de grote afhankelijkheid van de bevoorrading met buitenlandse energie en grondstoffen via deze landen. Zo viel het BNP in 1992-93 met 60% terug t.o.v. 1989. Geschat wordt dat in 1993 zowat 90 % van de bevolking onder de armoedegrens leefde, in 2002 werd dit tot 50 % teruggebracht. Een lichtpunt in de tunnel is de sterke economische groei sinds 1995. Deze heropstanding heeft 2 pijlers: De rechtstreekse en onrechtstreekse steun van in het buitenland verblijvende Armeniërs en de economische samenwerkingsverdragen met Rusland en de Russische financiële steun. In Armenië zijn immers veel Russische troepen gelegerd vandaar dat het een belangrijke politieke en militaire beschermeling is in de Kaukasische regio.

Een belangrijk Armeens trauma is de volkerenmoord op naar schatting tussen 1 200 000 en 1 500 000 in Turkije verblijvende Armeniërs. Tijdens de eerste wereldoorlog , tussen 1915 en 1916 werd 2/3 van de Armeense populatie in het Ottomaanse rijk ter plaatse of door deportatie vernietigd. De Turkse regering is verantwoordelijk voor deze collectieve misdaad, triest eindpunt van een weldoordacht en gecoördineerd plan. Dit kan het best samengevat worden met de woorden van de toenmalige minister van binnenlandse zaken Talaat Pacha: “ In drie maand heb ik meer bereikt om het Armeense probleem op te lossen dan Abdul Hamid ( Turkse sultan ) in dertig jaar. Nog steeds doet de Turkse regering haar uiterste best om alle sporen van de Armeense aanwezigheid in hun land uit te wissen. In de hoofdstad Jerevan is er een groot monument waar de herinnering aan deze misdaad tegen de mensheid levendig gehouden wordt.